Seder-schotel

 

 

Ingrediënten
vertellen hun verhaal.

 

 

Met Pasen herdenkt het Joodse volk het begin van hun bestaan, hun vlucht naar
bevrijding uit Egypte, het verzet tegen onderdrukking en de erkenning van de
waarde van de mens – Symboliek van de Joodse religie, rabbijn J. Soetendorp -.

Op Sederavond liggen op een schotel verschillende ingrediënten die daaraan
herinneren. De schotel is in drie vakken verdeeld.

 

In ieder vak bevindt zich één van de
matsot-matzes: het ongezuurde brood.
Het is een herinnering aan de uittocht:
er was geen tijd meer om het deeg
te laten rijzen.
Het is het brood van de bevrijding
uit de ellende.

Verder:

Zeroa: een geroosterd beentje.
Een herinnering aan het pesach-lam,
een lam dat traditioneel in de tempel werd
gebracht als offer en geslacht werd.

 

 

Beitzah: gekookt of gebraden ei.
Het bewaren van de hoop,
de eeuwige cirkelgang van het leven.

88

 

 

 

Maror: bitterkruid.
Vaak mierikswortel, meer scherp dan bitter,
maar het verwijst naar het bittere leed dat het
volk van Israël in Egypte te verduren had.
88

 

 

Chazèret: bittere groente.
Volgens de Nederlandse Haggada zet men geen chazèret op de sederschotel, maar in plaats daarvan een bakje met zout water (van de tranen).

 

 

 

Karpas: lente groenten zoals radijs en peterselie.
Grote luxe, later ook dankbaarheid voor de oogst.
Deze groenten worden gedompeld in zout water.
Er wordt ook een lofzegging bij uitgesproken om God te danken voor de vruchten van de aarde.

 

 

Charaset: zoet mengsel van zoete appel, amandel, rozijnen, kaneel, suiker en wat wijn.
Dit was bedoeld als verzachting van het bittere kruid, de mierikswortel.
De kleur is leemachtig, een herinnering aan de stenen die
zij in Egypte moesten bakken.

 

Tekst vrij naar:
– Tini Brugge
– http://www.joodsleven.nl/Feestdagen/Pesach/Virtuele%20Sederschotel.htm