Goede week

In de acht dagen van Palmpasen tot Pasen staan centraal: de intocht van Jezus als vredesvorst in Jeruzalem, het laatste avondmaal met de leerlingen, de eenzaamheid in de Hof van Getsemane, de overlevering en veroordeling van Jezus, zijn lijden en de kruisdood en de verrijzenis uit de dood. In deze week wordt het vasten afgerond.

In de christelijke traditie wordt de symboliek bepaald door de herinnering aan het leven uit de dood, de opstanding van Jezus. De kleur wit is de feestkleur. Het lentegroen verwijst evenals het ei naar het nieuwe leven.
In de vastentijd werden volgens bepaalde tradities geen eieren gegeten. Met Pasen weer volop!

Het eten van lam herinnert aan het Joodse pasen: het eerstgeboren lam (ram), uit de kudde werd als offer naar de tempel gebracht en aan God opgedragen. Jesus wordt wel beschouwd als het paaslam.

Ook het bakken van speciaal paasbrood is in allerlei landen bekend, evenals paaskoekje en paascake is het een traditie. Het paasontbijt herinnert aan de gewoonte om in de paasnacht te waken tot aan het ochtendgloren. Vaak had men vanaf Goede Vrijdag gewaakt en gevast.

Seizoensgroenten april
Bij de afronding van de vasten passen eiwitvervangers zoals gedroogde bonen en erwten. Prei, biet, wortelen en uien blijven als bewaargroenten beschikbaar.
Vers groen is een beeld van nieuwe leven; lentegroen zoals spinazie, raapstelen, tuinkers, waterkers, postelein, rucola en snijsla zijn weer leverbaar zijn van de koude grond.
Eieren passsen bij pasen als verwijzing naar het nieuwe leven. Denk aan de (“bevrijde”) scharrelkip.

Zie verder bij: Palmzondag, Witte Donderdag en Goede Vrijdag

.