Witte Donderdag

De tijd voor Pasen was het de gewoonte om ‘boete te doen’, te vasten.
Op Witte Donderdag werden van oudsher de boetelingen weer opgenomen in
de kerkelijke gemeenschap, om met elkaar het paasfeest te vieren.

In Vlaanderen was men gewoon om op Witte Donderdag, door 12 mensen,
brood uit te delen, de zogenaamde Apostelbrokken.
In Antwerpen noemt men de dag ‘soppendonderdag’ omdat men
dan brood in honing gedoopt at.

Tegenwoordig staat het laatste avondmaal centraal in de viering.
Voor die maaltijd wast Jezus de voeten van de leerlingen,
het is een uiterlijk teken van rein worden.
De voetwassing is vooral een verwijzing naar dienstbaarheid en onvoorwaardelijke liefde.
Het eten van een soep met reinigende kruiden is een verwijzing naar de innerlijke reiniging.

88

Witte Donderdag was oorspronkelijk geen aparte vierdag,
maar de voorbereidingsavond op Goede Vrijdag.

 

Reinigende kruiden.

Er bestaan zogenaamde twaalfapostelsoepen met reinigende voorjaarsrkruiden.

Van oudsher zijn klein hoefblad, weegbree, maarts viooltje reinigende,
slijmoplossende kruiden uit de natuur. Peterselie is goed voor de nieren.
Voor de soep zijn ook jonge blaadjes zevenblad, winterpostelein, kervel, selderij, hondsraf, paardebloem, maggikruid, bieslook en citroenmelisse geschikt.

Met deze kruiden, fijn gesneden, kan ook kruidenboter of kruidenkwark gemaakt worden.

 

Broden
Vaak is het recept bedoeld voor twee broden – challa -, zoals gebruikelijk in de joodse traditie bij de opening van de sabbath.

Met een doekje zijn ze bedekt als herinnering aan het manna
– ‘wit als korianderzaad’
het brood uit de hemel tijdens de tocht van het Joodse volk door de woestijn.

Het aantal twee zou ook een herinnering zijn aan: ‘één brood voor nu, en één voor onderweg’.

 

 

♦ Recepten: